Regionale beroepsopleidingen hebben de toekomst

Het beroepsonderwijs is aan een stevige herziening toe.

Niks nieuws: herziening is in het beroepsonderwijs een continue proces. Als de beroepspraktijk verandert, moet het beroepsonderwijs daar snel werk van maken. Tuurlijk lopen de opleidingen altijd achter de praktijk aan, maar het is wel zaak om de ontwikkelingen zo kort mogelijk te volgen.

En daar is nu een probleem ontstaan dat ook nog eens steeds groter wordt. De ontwikkelingen in de beroepspraktijk gaan zo snel: da’s niet meer bij te houden voor het beroepsonderwijs. Tenminste: als het beroepsonderwijs de bestaande wijze van programmeren en uitvoeren blijft volgen.

Hoe gaat dat dan nu?

De kennis en kunde die nodig is om een mbo-diploma te halen leggen onderwijs en bedrijfsleven (waaronder de techniek) samen (in de Samenwerkingsorganisatie Onderwijs en Bedrijfsleven) vast in kwalificatiedossiers. Zo weten bedrijven dat ze met een gediplomeerde mbo’er een goede starter in huis halen die in de jaren die daarvoor nodig zijn, geleerd heeft wat nodig is.

Klopt, maar dat duurt allemaal véél te lang! Het achterhalen van ontwikkelingen in de beroepspraktijk, het bespreken met branches/sectoren en de scholen in allerlei commissies, het schrijven, bespreken en vaststellen van aanpassingsvoorstellen duurt al gauw enkele jaren. Dan is het programma gereed voor de nieuwe instroom die vervolgens pas binnen 2 of zelfs 4 jaar afstudeert en met een diploma op de arbeidsmarkt komt. Dus laten we zeggen: gemiddeld 6 jaar nadat een aanpassing nodig werd gevonden komt de eerste leerling beschikbaar met de nieuwe kennis en vaardigheden.

Iedereen begrijpt dat deze termijnen véééél te lang zijn. De beroepspraktijk is inmiddels al weer drie keer gewijzigd en de leerlingen worden volgens deze aanpak ALTIJD opgeleid voor het verleden. Ja, ik weet wel, in het ene beroep gaat dat snel, soms zelfs heel snel, terwijl andere beroepen minder snel veranderen. Afgelopen jaren is getracht met keuzedelen nog wat flexibiliteit in de programma’s aan te brengen, maar dat is to little to late! Was al achterhaald toen het een jaar geleden werd ingevoerd. Want te weinig wordt onderkend dat we niet leven in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk! Daar is deze systematiek volstrekt niet op berekend en ook niet voor ontworpen.

Hoe zou het moeten?

Het moet dus anders, zowel in de onderwijsprogrammering als in de uitvoering en kwaliteitsborging.

Kleinschaliger, kort cyclisch, afgestemd op de vereisten van de steeds sneller veranderende beroepspraktijk. Het beroepsonderwijs moet opnieuw worden ‘uitgevonden’ en wel in de regio, in een directe samenwerking tussen de school en de bedrijven.

Hoe dan? Zo dus:

  1. Moderniseer het programma! Ga uit van de werkelijke vraag bij de regionale bedrijven (de ‘waarom’-vraag). Zorg dus voor menskracht van zowel onderwijs als bedrijfsleven (O&O-fondsen, bedrijfstakadviseurs etc), als ook S-BB om deze activiteit goed gecoördineerd uit te voeren;
  2. Maak een structurele samenwerking met de regionale bedrijven (PPS-constructie) en laat deskundige vakmensen de inhoud overdragen (wat). Leerkrachten voor de organisatie (hoe);
  3. Gebruik machines en outillage van bedrijven voor ‘het echie’, hetzij IN het bedrijf of in een gezamenlijke regionale opleidingsfaciliteit;
  4. Zorg voor simulatiemiddelen in de school: software, modellen, robots, AI, Augmented Reality etc.
  5. Breng de ontwikkeling per leerling in kaart en in beeld: liever een goed portfolio als start van een mooie carrière dan een ‘eenmalig’ diploma.
  6. Maak afspraken over wederkerig onderwijs voor ALLE vakmensen in het bedrijf / de bedrijven.
  7. Train de leerkrachten voor deze systematiek (verplicht!) en neem dat op in het lerarenregister als basis voor extra beloning

 

Nog meer (gratis!) ideeën?!

  • Introduceer freelance teams van bedrijf(tak)adviseurs en enquêteurs van scholen en S-BB: Deze kunnen voor een regio, voor één of enkele scholen / ROC’s zowel de advisering op zich nemen van werkgevers & werknemers in de betreffende sector, als ook gericht op zoek naar relevante ontwikkelingen die in het programma opgenomen kunnen of moeten worden.
  • Inventariseer gelijktijdig en continue de mogelijkheden van personele ondersteuning vanuit de bedrijven (instructeurs of docenten), en het gebruik van machines en outillage bij de bedrijven. De regie kan dan bij de scholen/ ROC’s blijven;
  • Denk na over meerdere kwalificatie-levels per beroep naast elkaar. Bijvoorbeeld: (1) direct en nu inzetbaar in het bedrijf, (2) opgeleid voor morgen en (2) toekomstgericht opgeleid. Zoek de aansluiting bij de vraag vanuit de bedrijven. De matching en herkenbaarheid is van belang voor beiden;
  • Maak onderscheidt tussen landelijk en regionaal:

Een landelijk programma maakt gebruik van de ‘oude’/bestaande wijze van programmering en uitvoering, kent één landelijk examen en één diploma.

Een regionaal programma is een maatwerkprogramma, gebaseerd op de concrete wensen & eisen van de regionale bedrijven. Wordt uitgevoerd door school&bedrijf in nauwe samenwerking, met instructeurs vanuit de bedrijven die met kennis van zaken de nieuwe technologieën kunnen aanleren. De kwaliteitsborging )i.p.v. examinering vindt plaats op basis van een modelopdracht in de praktijk die tevens een ‘proof of concept’ is. De kwalificatie wordt vastgelegd in een meegroeiend portfolio waarin testresultaten, foto’s, vlogs etc. kunnen worden opgenomen.

 

Welke grootste belemmeringen zijn er dan?

De grootste belemmering is het beroepsonderwijs zelf. Als je daar de vraag zou stellen: “Wie wil er verandering?” krijg je alle vingers in de lucht. Echter op de vraag: “Wie wil er veranderen?” blijft het opmerkelijk stil. Eerder zijn allerlei opmerkingen te verwachten waarop het allemaal NIET KAN of NIET NODIG is of zelfs NIET PAST en NIET REALISEERBAAR is dan dat de volle aandacht uitgaat naar echte innovatie. Terwijl dat wel heel hard nodig is.

En nee, de bedrijven zijn er ook nog niet. Ook die moeten een behoorlijke slag maken en kunnen niet simpelweg naar de scholen wijzen en roepen om ‘meer vakmensen’ als ze dat even goed uitkomt.

Het regionale beroepsonderwijs is een zaak van co-creatie en co-productie. Dat zou de bedrijven aan moeten spreken. Hun roep om vakmensen begint in het eigen bedrijf en is ook de verantwoording van de bedrijven zelf. De bedrijven moeten bereid zijn hun BESTE VAKMENSEN in te zetten voor het opleiden van de nieuwe generatie vakmensen. In goed overleg met het ROC / de school.

Als dat een goede invulling krijgt hebben de regionale beroepsopleidingen de toekomst en kunnen de beroepsopleidingen volledig gericht worden op het toekomstige vakmanschap.

Dat is geen luxe, dat is noodzaak!

Succes!

Hulp nodig? Call me!

Worden we cyborgs?

Of zijn we dat misschien al een beetje? Na mijn vorige blog over zelflerende AI kreeg ik reacties als: waar gaat dat naartoe? Gaan we richting Transhumanisme of worden we Cyborgs? Het woord cyborg komt van cybernetic organism: een samensmelting van mens en machine. De achterliggende vraag is natuurlijk ook: zijn we als ‘mensen’ het eindstation of slechts een tussenfase?

Lijken me redelijk fundamentele vragen. Zijn er eigenlijk nog meer mensen die zich hierover druk maken? Laat ff weten svp! Want alleen ga je wel sneller, maar samen kom je verder.

Even wat achtergrond info.

Over twee boeken die ik recent las: ‘To be a machine’ van Marc O’Connell die zich als een verslaggever begeeft onder de transhumanisten. Invriesprojecten van overledenen tegenkomt, maar ook mensen met verregaande ideeën over implantaten, over het vervangen van ledematen door meer geavanceerde kunstledenmaten en over interstellaire reizen. Soms vermakelijk, soms horror, altijd zet het je aan het denken.

Een ander boek wat ik recent las: ‘Oorsprong’ van Dan Brown gaat over een spectaculaire ontdekking van wetenschapper Edward Kirsch met als titel: ‘Waar komen we vandaan, waar gaan we naar toe?’ Ik ga het plot niet verklappen, maar ook hierbij gaat het over fundamentele vragen, verpakt in een roman.

Ook zoiets zet je wel aan het denken. Beide boeken kan ik aanbevelen.

Naast deze boeken zijn er ook wetenschappelijke publicaties die aansluiting geven bij of op dit thema. Ik noem er enkele.

  • Als eerste een publicatie[1] in The new sientist: ‘A bionic memory boost’ van Prof. Dong Song over de ontwikkeling van hersen-implantaten die te gebruiken zijn als computer-interface. In het kort: Een professor heeft een brein-implantaat gebouwd dat in staat is het korte-termijn geheugen met 15% te verbeteren en het werkgeheugen van mensen met maar liefst 25%. Dit soort ontwikkelingen kunnen een groot verschil betekenen voor mensen met bijvoorbeeld dementie of Alzheimer. Het artikel vind je hier: https://futurism.com/images/the-evolution-of-brain-computer-interfaces-infographic/
  • Een tweede publicatie die ik hier wil noemen is het Isobar Trends Report 2018[2] van het Isobar Global Network[3] met als titel: ‘Augmented Humanity’. Anders gezegd: Kunstmatige intelligentie (AI) geeft nu al mooie toepassingen en mogelijkheden, maar de kracht van mensen ligt juist in emotionele intelligentie (EI). Dat kan (nog) niet worden geautomatiseerd of elders ondergebracht: is vooralsnog typisch menselijk. Met behulp van Augmented Humanity kunnen deze typisch menselijke eigenschappen wel worden versterkt en verbeterd. Een link naar het rapport vind je hier: http://www.isobar.com/global/en/news/isobar-launches-augmented-humanity-isobar-2018-trends-report/ .
  • Tenslotte nog de cyborg foundation die stelt dat het begrip ‘cyborg’ constant aan verandering onderhevig is en derhalve het cyborgisme definieert als de verschillende soorten relaties tussen technologie en organismen. Op deze website http://www.cyborgfoundation.com/ vind je ook een soort stappenplan om je tot cyborg te ontwikkelen. Inclusief een aantal links daarbij.

Probleemoplossingen

Vanuit deze denkbeelden ben je al snel geneigd te denken in oplossingen voor lichamelijke gebreken zoals ledematen die om wat voor redenen dan ook ontbreken of niet meer voldoende functioneren en de vervanging ervan door kunstledematen. De aansturing van deze kunstmatige ledematen is met de komst van digitale middelen sterk veranderd. Directe aansturing vanuit je brein behoort meer en meer tot de mogelijkheden. Per saldo ben je dan een cyborg.

Wat nu als je het brein zelf van extra digitale hulpmiddelen voorziet? Een extra geheugenchip bijvoorbeeld. Of een chip waarmee je creativiteit aanmerkelijk wordt verbeterd of je rekenkundige vaardigheden etc. etc. Waartoe leidt dat? Kom ik zo op terug.

AltzheimerDementie en Alzheimer

Laten we eerst eens even stilstaan bij een vreselijke ziekte die steeds meer mensen op onze aardbol treft: dementie of Alzheimer. Een toenemend probleem! Iedereen is wel bekend met de vreselijke effecten van deze ziekte. Heel geleidelijk vervaagd de gehele mens en wordt zelfs de naaste familie onherkenbaar. Wederzijds. Er wordt veel onderzoek gedaan naar het terugdringen van de effecten van Alzheimer en het verbeteren van de leefomstandigheden van patiënten, maar een echte oplossing is er niet. Tenminste, niet of nog niet in de medische wetenschap.

Wellicht wel in de techniek! Daar wordt momenteel geëxperimenteerd met implantaten in de hersenen die het geheugen zoveel als mogelijk behouden of zelfs restaureren. Het rapport meldt dan ook: ‘a better memory could be absolutely life-changing for people affected by dementia and Alzheimer’s.’ Natuurlijk moet er nog veel getest worden en zo, maar als je zou weten dat je over enkele jaren echt last van dementie of Alzheimer zou krijgen, kies je dan voor een dergelijke behandeling? Het antwoordt laat zich raden: op enkele verstokte fundamentalisten na zal iedereen kiezen voor deze mogelijkheid.

Verbetering van brain-prestaties

Brain implantsStapje verder is de geheugenchip of misschien wel het regulier gebruik van het bovenstaande. Of zoals in het zelfde artikel is aangegeven: ‘A better memory could be useful for students cramming for tests or those of us with trouble remembering names’. Maar ook als je de behoefte hebt om je brein te upgraden is dat straks gewoon mogelijk. Niet zo gek, want lichamelijke up-grading is al behoorlijk ingeburgerd, van botox tot facelift, van maagverkleiningen tot plastische chirurgie: het is inmiddels al behoorlijk gewoon geworden. Bestemd voor mensen die niet tevreden zijn met hun uiterlijk.

Maar wat als je nu eens niet tevreden bent met je innerlijk, met je verstand, met je verstandelijke capaciteiten? En de mogelijkheid bestaat om daar wat aan te doen?

Wat kies je dan???

Word je dan een cyborg?

Met welke specifieke kenmerken of mogelijkheden?

Zou je dat kunnen kiezen?

Is dat dan voor iedereen beschikbaar?

En in de sociale context: ontstaat er een nieuwe tweedeling tussen haves en have-nots? En stel dat iedereen hierover kan beschikken, waar leidt dat dan toe? Nieuwe netwerken met de ‘mens 2.0’ die zijn eigen toekomst creëert?

Vele vragen die de moeite waard zijn om over verder te denken.

Met de mogelijkheden die qua overzicht nu voorhanden zijn durf ik de uitspraak wel aan dat we allemaal de mogelijkheid hebben om in meer of mindere mate cyborg te worden. Of we dat ook werkelijk gaan doen is nog wel even de vraag. Het ontwikkelen van de technologie in deze richting gaat door, daarvan ben ik zeker overtuigd. De vraag ‘willen we dat wel’ is derhalve wel interessant, maar gelijktijdig ook irrelevant: het gaat gebeuren. En als deze mogelijkheden er zijn ga je ze ook gebruiken. Daar ben ik van overtuigd. Net als met de climat controle, de cruise controle en het navigatiesysteem in je auto: je hebt er niet echt om gevraagd, maar het is er en je gebruikt het.

Benieuwd?!

André

[1] Artikel: A Bionic Memory Boost, Dong Song research associate professor of biomedical engineering at USC

[2] Zie hier: http://www.isobar.com/global/en/news/isobar-launches-augmented-humanity-isobar-2018-trends-report/

[3] Isobar is 6,000 people in over 85 locations across more than 45 markets globally, united by belief in the power of “Ideas Without Limits.” Zie hier: http://www.isobar.com/global/en/about-us/

Wat te doen met 100 miljoen?

Wat te doen met 100 miljoen?

In de 2eKamer is een motie aangenomen om structureel 100 miljoen te investeren in het technische VMBO. Mooi, zou je zeggen, maar hoe gaat dat dan aangewend worden? Laten we hopen dat ‘Den Haag’ hier geen gekke dingen mee gaat doen zoals de scholen weer volplempen met nieuwe machines (hoe graag de scholen dat ook willen misschien).

NIET DOEN: die spullen zijn de dag na aanschaf al weer verouderd en gaan een doel op zichzelf worden. Gebruik het geld om het onderwijs zelf te verbeteren!

Hoe dan? Zo dus:

1.       Moderniseer het programma! Ga uit van de werkelijke vraag bij de regionale bedrijven (de ‘waarom’-vraag);

2.       Maak een structurele samenwerking met de regionale bedrijven (PPS-constructie) en laat deskundige vakmensen de inhoud overdragen (wat). Leerkrachten voor de organisatie (hoe);

3.       Gebruik machines en outillage van bedrijven voor ‘het echie’, hetzij IN het bedrijf of in een gezamenlijke regionale opleidingsfaciliteit;

4.       Zorg voor simulatiemiddelen in de school: software, modellen, robots, AI, Augmented Reality etc.

5.       Breng de ontwikkeling per leerling in kaart en in beeld: liever een goed portfolio als start van een mooie carrière dan een ‘eenmalig’ diploma.

6.       Maak afspraken over wederkerig onderwijs voor ALLE vakmensen in het bedrijf / de bedrijven.

7.       Train de leerkrachten voor deze systematiek (verplicht!) en neem dat op in het lerarenregister als basis voor extra beloning

Hulp nodig bij dit alles: call me!

 

Drs André van der Leest MA

W : www.innovistra.nl

E : andre@innovistra.nl

M : 06 54318395

Techniek & Ethiek

Techniek & Ethiek

Zelf timmerende hamers?!robot01

Techniek is niet waardevrij, zeker niet als het om smart-technology gaat!

Hamertje tik

Met een hamer kun je spijkers in een plank slaan, of meubels maken, of straten maken en nog veel meer. Maar je kunt er ook iemand mee de hersens inslaan! Het maakt die hamer allemaal niets uit! Maar wat als je zelf-timmerende hamer hebt, of, beetje moderner, zelfrijdende auto’s?

Hoe voorkom je ongelukken? En als die soms niet te voorkomen zijn; hoe programmeer je dan de meest juiste of rechtvaardige reactie?

En als het gaat om andere zelfstandig acterende robots of min of meer ‘zelfdenkende’ machines?

Wat als het een zelflerend systeem is, zonder programmeur die de spelregels vooraf ingeeft, wat dat?

Wie bepaald dan de belangrijkste waarde en de juiste norm?

Een paar voorbeelden om dit te illustreren.

License to kill?

Stel: je rijdt op een smalle slingerweg in de Alpen (of een ander berglandschap) in een zelfrijdende auto. Rijden in een zelfrijdende auto is oersaai, je hoeft immers niks te doen. Het is gemakkelijker, comfortabeler, zelfs aantoonbaar veiliger dan zelf sturen. Terwijl je net een filmpje zit te kijken, steekt iets verderop een kind de weg over. Het kind struikelt en valt op de grond nét wanneer jij in je zelfrijdende auto de bocht om komt.

De auto kan niet op tijd remmen om het kind te redden, maar kan zichzelf wel van de weg af het ravijn in sturen – en daarmee jou opofferen om het kind te redden. Wat moet (de besturing van) zo’n auto kiezen?

Of een vergelijkbare situatie waarin, weliswaar theoretisch, maar toch, de autopilot moet kiezen tussen twee kwaden. Waarbij waarschijnlijk gewonden of zelfs doden kunnen vallen. Maakt dat het aantal doden deel uit van de keuze? Of de leeftijd? Of de keuze tussen mens en dier(en)?

 

Waarschijnlijk zal dit in de praktijk niet zo vaak voorkomen en zijn er vast nog meer opties om ongelukken te voorkomen, maar in beginsel is dit wel een probleem waarvoor we een oplossing moeten vinden. Wat ik ermee wil zeggen is dat techniek in dit soort gevallen niet waardenvrij is, maar onderhevig aan ethische, normatieve afwegingen. Daarbij moet wel onderscheid gemaakt worden tussen geprogrammeerde machines en zelflerende systemen.

 

Geprogrammeerde hamers

AsimovBij de geprogrammeerde systemen maakt ultimo de mens uit wat kan, of acceptabel is, en wat niet. Géén zelf timmerende hamer dus, nee, een hamer die volgens ‘de regels’ timmert. Wie maakt dan die regels? Hebben we genoeg aan de drie robotwetten uit 1942 van Isaac Animo? Zie het kader.

Moeten we deze misschien uitbreiden met een wet gericht op de mensheid: Een robot mag geen schade toebrengen aan de mensheid, of toelaten dat de mensheid schade toegebracht wordt door zijn nalatigheid?

VWAllemaal mooi, maar in de praktijk komen we daar niet veel verder mee. De huidige generatie industriële robots staan niet voor niets in een werkcel, omgeven door van een hekwerk en voorzien van allerlei sensoren en een rigoureuze ‘stop’-knop. En dan nog kan het zodanig fout gaan dat er ongelukken gebeuren. Zie het bericht van het tragische ongeluk in de Volkswagenfabriek van juli 2015.

 

Samenwerkingshamer (#Iseeyou)

RoboJobDe nieuwere generatie robots, de zg. co-bots, een afkorting die staat voor collaborative robots, zijn voorzien van allerlei sensoren die de nabijheid van mensen opmerken en daarop ook reageren. Ze zijn goed in staat tot samenwerking met mensen en kunnen a.h.w. als een soort van assistent van de mens samen het werk doen. Wel moeten ook deze de cobots worden geprogrammeerd, dus ook daar blijft het nog steeds een kwestie van afwegen wat wel en niet kan en mag. Het programmeren kan vaak heel simpel door de cobot letterlijk bij de hand te nemen en via ‘voordoen-en-nadoen’ in te geven wat er moet gebeuren. Neemt niet weg: het dilemma blijft, alleen de gevolgschade wordt geminimaliseerd.

 

Zelfdenkende hamers

Machines die m.b.t. kunstmatige intelligentie (AI) in staat zijn tot machine-leren vormen de volgende categorie ‘hamers’. Deze robots maken op basis van algoritmen afwegingen die hun doen en laten bepalen. De zelfrijdende auto behoort ook tot deze categorie. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar

robots met kunstmatige intelligentie, die leren van hun eigen ervaringen en hun gedrag daarop aanpassen. Inmiddels is er zelfs een vorm van internet voor robots, waarbij robots onderling kennis en ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren.

Het risico is niet ondenkbeeldig dat zij letterlijk een eigen leven gaan leiden. Je mag verwachten dat het denkvermogen van sommige robottypes ‘binnen enkele decennia’ het menselijk denkvermogen inhaalt en daarmee ook zijn vermogen om zijn eigen omgeving de baas te blijven. Maar het kan ook misgaan door codefouten, systeemfalen of doordat onderling verbonden robots of roboticasystemen worden gehackt.

Wereldwijd zijn er inmiddels 1,7 miljoen robots die niet alleen koeien melken en ouderen gymles geven maar ook auto’s besturen en chirurgische precisie-ingrepen uitvoeren. Het idee van miljoenen intelligente robots klinkt nu nog als sciencefiction, maar met de steeds snellere ontwikkeling van computers is dit snel realiteit. Stel je voor dat dit netwerksysteem tot de conclusie komt dat wij als mensen een ‘sta-in-de-weg’ factor zijn die het lastig maakt om te doen wat moet gebeuren. Wat zou er dan gebeuren denk je? Wat gaat zo’n zelfdenkende hamer dan doen?

 

Hamerscenario’s

Het zal geen toeval zijn dat ik afgelopen dagen en weken via social media en TV steeds meer over dit thema zie en lees, Tuurlijk is dat ook de ‘bubbel’ waar ik op ben afgestemd, maar toch, enkele voorbeelden:

  • AI-trainerZondag 29 okt’17: Robo-sapiëns: 6-delige serie over ‘hoe en wanneer wij als mensen het monopolie op slimheid verloren.’ Gevolgd door VPRO’s Tegenlicht: ‘hoe onze wereld er over vijfentwintig jaar uitziet. Misschien wordt ons werk overgenomen door autonome robots en worden wij daarmee de slaven van de door onszelf gecreëerde technologie. Mogelijk loopt het niet zo’n vaart, worden we onsterfelijk en kunnen we onszelf daarmee tot goden verklaren in ons zelfgecreëerde hoog intelligent systeem.’
  • Elon Musk enkele weken geleden: ‘…leads 116 experts calling for outright ban of killer robots’. Hij ziet het voortbestaan van de mensheid in gevaar komen door zelflerende systemen. Zie https://www.theguardian.com/technology/2017/aug/20/elon-musk-killer-robots-experts-outright-ban-lethal-autonomous-weapons-war
  • Op 27 oktober 2017 een oproep van Prof.Dr. Robert Dijkgraaf: ‘Tijd voor de robotcolumnist. Brute rekenkracht gaat in hoog tempo ons leven bepalen. Machines ontwerpen en trainen de nieuwe generatie machines, net zoals mensen dat doen. De spectaculairste voorbeelden komen uit de wereld van de kunstmatige intelligentie. Daar is machine learningde nieuwste trend. Ondergedompeld in een onmetelijke zee van data, leren computers spontaan patronen herkennen en voorspellen.’ Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/27/tijd-voor-de-robotcolumnist-13704006-a1578969
  • Op 20 oktober 2017 een bijdrage van Andrew McAfee, co-auteur van het boek ‘The second machine age’, die juist aangeeft dat het scenario van een ‘gouden tijdperk van vernieuwing’ zeker denkbaar is. Kunstmatige intelligentie gaat ons helpen allerlei rotklusjes op te knappen, burgers krijgen via internet steeds meer middelen om bij te dragen aan nieuwe ideeën, de economie wordt moderner, efficiënter en welvarender’. Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/10/20/het-is-gevaarlijk-om-technologie-de-schuld-te-geven-13592884-a1578045?utm_source=NRC&utm_medium=related&utm_campaign=related2

De vraag is dan ook: hoe nu verder?

Paal en perk stellen?

Is het de hoogste tijd om na te denken over de kaders waarbinnen de robots en AI zich kan en mag begeven. Een vorm van regulering misschien? We moeten met elkaar in een maatschappelijke discussie nadenken over de ethische, juridische en maatschappelijke aspecten hiervan. De robots moeten te allen tijde de mensheid dienen is daarbij het uitgangspunt. Op Europees niveau is inmiddels een eerste rapport[1] verschenen waarin een aanzet is gemaakt voor een discussie over deze materie. Het rapport ligt nu voor bij de Europese Commissie. Beetje laat, beetje traag ook gezien de snelle ontwikkeling van de techniek, maar toch. Men is er mee bezig.

De schaal waarop we dit onderwerp moeten agenderen is overigens worldwide is mijn overtuiging. En dat begint gewoon klein, aan de verjaardagtafel, in de discussie met collega’s op het werk, in de leslokalen en collegezalen, in lab’s en op symposia. En graag ook op de TV en social media. Iets voor #humans2.0 of #AImensen ??

 

Een ding is mij wel duidelijk: we moeten er meer, véél meer over in gesprek met elkaar!

[1] DRAFT REPORT with recommendations to the Commission on Civil Law Rules on Robotics (2015/2103(INL)), 31-05-2016. Download hier: http://www.europarl.europa.eu/sides/getDoc.do?pubRef=-//EP//NONSGML+COMPARL+PE-582.443+01+DOC+PDF+V0//EN

Aansluiting Onderwijs – Arbeidsmarkt: kwestie van DOEN!

In mijn vorige blog ‘Nieuwe beroepen, Yeah!’, gaf ik enkele voorbeelden van nieuwe beroepen. De eerste toepassing van een van de genoemde beroepen is inmiddels gesignaleerd: AI-trainer. Nooit zo snel een vervolg of toepassing gezien als nu. Zou ook dat via de ‘Wet van Moore’ verlopen??

Maar goed. In het AD van zaterdag 2 aug’17 stond het volgende bericht:

IBM’s beroemde Watson gaat Nederlandse werklozen helpen

Watson, de befaamde zelflerende supercomputer van IBM, gaat in Nederland aan de slag. Uitzendbureau Timing zet hem in om laagopgeleide werknemers aan een baan te helpen. ….AI-trainer

…. Het is voor het eerst dat Watson in het Nederlands gaat chatten, het intelligente platform is hiervoor speciaal onze taal aangeleerd door IBM. ,,Uitzendkrachten kunnen al hun vragen stellen en ontvangen een op hen persoonlijk toegesneden antwoord,” zegt Hakse. ,,Dat doet Watson door verbanden te leggen tussen alle ontvangen data en dat bovendien steeds slimmer te doen.”

Het volledige bericht lees je hier: http://www.ad.nl/economie/supercomputer-gaat-nederlandse-werklozen-helpen~a4f4df0f/ 

Waarmee ik maar wil zeggen dat de gesignaleerde nieuwe beroepen inmiddels ook werkelijkheid beginnen te worden. En dat de aansluiting op de vraag van de arbeidsmarkt hier kennelijk is gelukt! Ook voor de andere genoemde nieuwe beroepen komt zeker voldoende werkgelegenheid is mijn stellige verwachting. Dus: ff opnieuw lezen die vorige blog 😉.

Arbeidsmarkt en onderwijs?!

Dit alles in tegenstelling tot geluiden in de media over ‘pretstudies’ en de altijd en eeuwige discussie over de aansluiting onderwijs <=> arbeidsmarkt. Want wat zijn de over-en-weer geluiden als regel?

Het bedrijfsleven, de arbeidsmarkt dus, roept geregeld als het hun zo uitkomt om vakmensen. Nu zeker: de groei van de economie wordt zelfs belemmerd door het gebrek aan goed opgeleide vakmensen, is het signaal. Wat ‘het bedrijfsleven’ eigenlijk wil, en ik generaliseer daarbij wel stevig, zijn pasklaar opgeleide jonge vakmensen, goed gemotiveerd om aan de slag te gaan in HUN bedrijf en graag tegen een minimum (jeugd)loon op basis van een tijdelijk- of flexcontract.  O ja, en zo’n jong vakmens moet dat ook wel graag voldoende ‘ervaring’ hebben opgedaan. Verder opleiden doen we liever niet: da’s duur en stel dat het vakmens in kwestie vervolgens naar een conculega gaat ….. Alle argumenten hieraan gekoppeld heb ik jarenlang voorbij zien komen. En laat ik direct erbij zeggen: er zijn ook hele goede voorbeelden van bedrijven die het prima doen, die wil ik zeker niet onvermeld laten. Kom ik zo op terug.

Het beroepsonderwijs, met name VMBO en MBO, stelt daar het volgende tegenover: wij zouden graag willen weten wat het bedrijfsleven nodig heeft, maar we horen van jullie dan weer dit en dan weer dat. Als we veel mensen voor de bouw opleiden komt er een economische crisis en kunnen we onze leerlingen aan de straatstenen niet kwijt, terwijl wij wel voor de opleidingskosten opdraaien. Idem voor de andere beroepsrichtingen: het is altijd hollen of stilstaan met die vraag en daar kunnen wij niks mee. We kunnen nou eenmaal geen blik vakmensen opentrekken als ‘het bedrijfsleven’ ze nodig heeft! Het kost een aantal jaren om vakmensen op te leiden en het bedrijfsleven kan maar géén betrouwbare gegevens aanleveren over de kwaliteit (zeg maar het niveau) en de kwantiteit (het aantal) vakmensen dat men nodig heeft. Nog afgezien van het ontbreken van de toezegging dat er voldoende stageplaatsen of opleidingsplekken zijn, graag met een baangarantie. Pas dan kunnen wij goed anticiperen. En bytheway: wij moeten ook nog opleiden voor doorstroming en burgerschap, dus we zijn al erg druk!

Bij de scholen kan daar ook nog wat argumentatie bijkomen zoals zeggenschap (elk schoolbestuur is autonoom), geld (sommige opleidingen zijn erg duur) en deskundigheid mensen met voldoende goede apparatuur/machines en een goed salaris. Over deze zin kun je overigens best een oeverloze discussie met elkaar voeren, maar dat doe ik hier nu liever niet…

Terug naar het aansluitingsvraagstuk.

Door zo te wijzen naar elkaar kom je er als bedrijfsleven en onderwijs natuurlijk NOOIT.

Wat dan wel?

Wat dacht je van de simpele formule: SAMENWERKEN? Daarbij wil ik niet verwijzen naar het hogere maatschappelijk belang van het onderwijs en zo, nee gewoon heel praktisch.

Tips voor scholen:

  • Haal de vraag op bij je klanten: het bedrijfsleven in de directe omgeving van je school. Ga daar periodiek, minstens één keer per jaar naar toe en VRAAG hoe het gaat en wat de verwachtingen zijn op gebied van ontwikkelingen van het vakmanschap. Vraag hoe je ze daarbij zou kunnen helpen;
  • Bespreek die vraag met de betrokken docenten van je school en bedenk hoe je die voor het komende jaar kunt aanpakken. Dus: wat heb je nodig? Behalve leerlingen al gauw actuele deskundigheid, machines en outillage en TIJD;
  • Ga met een voorstel naar de betrokken bedrijven en vraag hun medewerking! Heb je docenten nodig: vraag hun beste vakmensen, voor een bepaalde tijd zoals bijvoorbeeld een dag in de week voor enkele weken of enkele blokperiodes van steeds een paar dagen of een week. Zoiets dus;
  • Vraag oefentijd voor de opleiding in het bedrijf aan hun machines, met een instructeur/vakmens van het bedrijf erbij;
  • Maak een simpel opleidingsplan en stel een examen op (maak het of koop het in);
  • Zorg voor één aanspreekpunt per bedrijf, met naam en toenaam en een ’06-‘ nummer dat ALTIJD bereikbaar is voor het bedrijf. Dus ook in de vakanties, in het weekend en ’s avonds.

Tips voor bedrijven:

  • Ondernemer en/of P&O-er: besteedt méér tijd aan je vakmensen, zowel de bestaande als de nieuwe vakmensen. Bedenk: zonder klanten geen bedrijf, zonder vakmensen geen product! Ergo: maak een expliciet plan voor en MET je mensen: PRAAT MET ZE! Over de toekomst van je bedrijf (ze kunnen geen gedachten lezen!) en over hun plaats en mogelijkheden daarin;
  • Waardeer je vakmensen, zowel in woorden als in gedrag als ook in geld. Ook hier geldt: praat meer! Waardering spreek je uit, liefst in het openbaar. Dat kan zich vertalen in meer zelfstandigheid, wat weer leidt tot meer betrokkenheid (wil je toch?!) en tot voorbeeldgedrag;
  • Weg met de dooddoener: ‘opleiden is duur!’. Weet je wat het kost als je ze niet opleidt en de blijven?
  • Maak tijd vrij voor structureel overleg met de scholen in je omgeving, zowel met het VMBO als ook met de ROC’s en HogeScholen in je omgeving. Zoek daar een vast aanspreekpunt en gebruik dat voor overleg: hoeveel stagiaires zou je willen en wanneer? Welke stage- en/of opleidingsplaatsen heb je beschikbaar?
  • Stel je beste vakmensen beschikbaar voor opleidingen en trainingen. Niet de mensen die je ‘kunt missen’, nee, je BESTE VAKMENSEN. Alleen die kunnen zorgen dat je nieuwe aanwas krijgt die je wenst. Alleen zij geven het goede voorbeeld en zijn voldoende deskundig en gemotiveerd;
  • Maak samen met de scholen een bedrijfsopleidingsplan en voer dat ook stringent uit! Wat je zegt moet je doen.
  • Geef zelf het goede voorbeeld. Een voorbeeld werkt beter dan een voorschrift. Dus: naar school, naar de cursus, zet je in als trainer, docent etc.

 

Kan en mag dat dan wel?

Er is geen enkele wet die onderwijs en bedrijfsleven belemmerd om deze vorm van samenwerking te zoeken. Sterker nog: enkele voorbeelden van deze werkwijze zijn gelukkig al te vinden en die zijn erg succesvol. Nut, noodzaak en plezier in opleiden gaan daar samen met een prima resultaat! Voor kleine(re) bedrijven is daarbij vaak een vorm van een samenwerkingsverband beschikbaar (en ook wel erg handig) zoals een scholingspool of een regionaal praktijkopleidingscentrum een mooie intermediair. Maar ook daarbij geldt: de bedrijven zelf moeten actief zijn en blijven. Elk jaar opnieuw, steeds maar weer. En da’s leuk: leren is leuk, resultaten boeken ook en doorgroeien tot een steeds beter vakmens met passie voor het vak geeft veel voldoening en plezier in je werk. 

 



			

Nieuwe beroepen, Yeah!

Nieuwe beroepen, Yeah!

In mijn blog ‘Een wereld zonder (betaald) werk’ gaf ik al aan dat er naast het verdwijnen van banen ook nieuwe banen bij zouden komen. De vraag is natuurlijk: welke dan? En hoeveel?

Zoals we in het verleden bij elke nieuwe innovatiegolf hebben gezien komen er altijd weer nieuwe beroepen. Dat was al zo bij de eerste, tweede en derde industriële revolutie en dat lijkt zich nu bij de 4e Industriële revolutie (Smart Industrie) ook voor te doen. Althans voorlopig, voor pak ‘m beet de komende 10 à 15 jaar.

Hoe zat het ook weer met die industriële revoluties? Zie daarvoor het beknopte overzicht aan het einde van deze blog.

Interessant voor nu is welke nieuwe beroepen en banen we komende tijd, als gevolg van Smart Industrie, kunnen verwachten. En dan dus echt NIEUWE beroepen. Een aantal bekende beroepen blijven voorlopig nog wel bestaan, vooral in de ambachtelijke en kunstzinnige sfeer, die stip ik slechts kort aan. De nadruk ligt op de nieuwe beroepen.

Geen glazen bol nodig

Om vooruit te kijken in de toekomst is geen glazRoboplanneren bol nodig. Het is eerder een zaak van logische denken in mogelijke scenario’s op basis van innovaties en ontwikkelingen die zich nu voordoen. Verbeeldingskracht en creativiteit is ook een voorwaarde om de nieuwe beroepen te kunnen zien en beschrijven. Dat kan ieder voor zich natuurlijk ook wel proberen, maar je kunt ook kijken hoe anderen daarover recent hebben nagedacht en gepubliceerd.

Zo heeft de Amerikaanse onderzoeksorganisatie MIT Sloan[1] onderzoek verricht en discussies en gesprekken gevoerd met vooraanstaande wetenschappers en bedrijfsleiders. Dat gaf inzichten in de mogelijke nieuwe beroepen die, als regel in samenhang met AI en robots, al hun schaduw vooruit werpen. Op laboratoriumschaal zijn ze er al, in de werkelijkheid van alledag zullen ze komende tijd hun plaats innemen. In deze blog zijn de resultaten hiervan verwerkt. Een samenvatting van deze discours vind je hier: http://sloanreview.mit.edu/article/will-ai-create-as-many-jobs-as-it-eliminates/

Verder geeft Andrew McAfee[2] een inkijkje in de economische structuur van de toekomst, waarin hij stelt dat we op weg zijn naar een sciencefictioneconomie. McAfee: “Dat leidt tot een geavanceerde, welvarende, productieve, overvloedige maatschappij die veel minder menselijke arbeid nodig heeft dan nu. We hebben nu nog tijd om te bedenken hoe we onze maatschappij dan willen inrichten.” Daarbij wijst hij ook op een nieuw systeem om de aldus vergaarde rijkdom en overvloed te verdelen. De verdeelsleutel was voorheen voornamelijk de factor ‘arbeid’, maar dat gaat veranderen, aldus McAfee. Zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2015/07/25/we-krijgen-een-sciencefiction-economie-1517840-a1230670  Ook daarover valt nog wel meer te berichten! Denk aan de discussie over ‘gratis geld’ of ‘negatieve belastingen’. Wellicht ga ik daar in een van mijn volgende blog’s verder op in. Maar nu eerst de focus op nieuwe beroepen.

Nieuwe beroepen

Bij het denken in scenario’s over nieuwe beroepen gaat het er om dat in beeld komt wat mensen kunnen doen om toegevoegde waarde te houden ten opzichte van robots en AI-systemen. Het lijkt logisch om je te richten op vaardigheden waarbij je iets toevoegt aan wat machines en computers kunnen doen, vaardigheden die typisch menselijk zijn. Zorgen dat je vasthoudend bent, consciëntieus, een originele denker, een goede onderhandelaar. Dat je goed in een team werkt, mensen weet te overtuigen, goede ideeën krijgt uit de mensen met wie je werkt. Die vaardigheden zijn de komende jaren belangrijk, naast de meer voor de hand liggende vaardigheden: met digitale data kunnen omgaan en computers kunnen programmeren.

In de huidige discussie gaat het vooral over minder fysieke arbeid, en meer kenniswerk. Dat lijkt meer en meer een grote vergissing. AI-systemen en robots lopen nog heel ver op ons achter wat betreft een huis bouwen, haren knippen of een machine repareren. Dat geeft zeker kansen voor de ambachtelijke beroepen en vaklieden.

Ook fysiek voortbewegen door de wereld is iets wat wij goed kunnen, en robots voorlopig nog niet. Een verpleegster die bij je thuis komt; die moet trappen op en af, door gangen lopen en de weg vinden. Dat doen mensen probleemloos. In deze categorieën blijft het werk zeker nog lang bestaan. Zeg maar de meer ambachtelijke werkzaamheden. Dat is echter behoud wegens gebrek aan mogelijkheden van smart- machines, robots en AI-systemen. Mooi voor nu, maar het lijkt toch een kwestie van tijd voordat ook hier robots en smart-machines beter in zijn.

Welke nieuwe beroepen kunnen we de komende tijd dan verwachten?

Dat zijn beroepen die aansluiten bij de ontwikkeling en inzet van robots, smart-machines en AI-systemen en waar mensen zeker voorlopig nog een goede toegevoegde waarde kunnen hebben. Op enkele plekken is daar al over voorgedacht, o.a. Singularity University en ook bij MIT SLoan.

robot01De discours bij MIT Sloan leverde een aantal nieuwe inzichten op die vervolgens hebben geleid tot drie nieuwe categorieën van unieke menselijke beroepen, afgestemd of in aanvulling op AI-systemen en robots. Ter toelichting het volgende.

Nodig zijn in ieder geval beroepengroepen als ‘trainers’ (bewustwording, ontwikkelen en oefenen met AI-systemen), ‘explainers’ (uitleggen wat het is en welke impact iets heeft) en ‘sustainers’ (wat werkt goed).

Meer concreet:

Trainers

Hierbij moeten we vooral denken aan de trainers die zicht richten op de AI-systemen, op de smart-machines en de algoritmes die hierin operationeel zijn. De trainer traint dus smart-machines en niet de mensen er omheen. Voorbeelden zijn het trainen van AI-systemen die communiceren met mensen die bijvoorbeeld hun bagage zijn kwijtgeraakt. Trainers leren deze systemen om met meer empathie te reageren. Doelstelling is om mensen te helpen met meer begrip, troost en zelfs humor in bepaalde situaties. Een drietal verschillende soorten trainers zijn te onderscheiden.

  • De taal- en betekenis trainer traint kunstmatige intelligentie systemen, AI-systemen. Hij leert deze systemen verder te kijken dan de letterlijke betekenis van een mededeling door, bijvoorbeeld, het opsporen van sarcasme.
  • De interactie-trainer modelleert het gedrag van smart machines naar het voorbeeld van menselijk gedrag van bijvoorbeeld werknemers. Zo kan een AI-systeem leren van een voorbeeldacties van een financieel controler zodat betalingen worden afgestemd op de facturen.
  • Een wereldbeeld-trainer helpt AI systemen te ontwikkelen die vanuit een mondiaal perspectief opereren, zodat verschillende culturele perspectieven worden beschouwd, bijvoorbeeld bij het bepalen of een algoritme wel “eerlijk” is.

Explainers (uitleggers, verklaarders)

RoboJobDe explainers richten zich op de omgeving van de smart-machines en AI-systemen. Ze geven tekst en uitleg en hulp bij het begrijpen en interpreteren van deze systemen aan leidinggevenden en niet-technische managers en bij het optimaliseren van AI-systemen bij hun aanpassing aan de omgeving. Ook bij de explainers zijn verschillende typen te onderscheiden.

  • De context-ontwerper helpt de smart-machines bij het ontwerpen van slimme beslissingen rekening houdend met de betreffende zakelijke context, met het doel van het proces en verdere persoonlijke, professionele en culturele factoren. Het verklaren van AI systemen die gebruikmaken van beslisbomen is relatief eenvoudig. Het uitleggen hoe een algorithme, gebaseerd op machine-leren werkt en tot resultaat komt is een stuk minder eenvoudig. De gebruiker zal een dergelijk systeem wellicht als een black-box zien, maar een verklaring van het resultaat moet zeker mogelijk zijn.
  • De transparantie-analist classificeert de verschillende soorten informatie binnen de algoritmen van de kunstmatige intelligentie (AI), hij geeft de impact hiervan aan en de gevolgen voor het bedrijf of de organisatie. Hij inventariseert en onderhoudt deze informatie. Een voorbeeld is een AI-systeem voor werving en selectie van kandidaten: de wijze waarop opleiding en ervaring worden meegewogen in de besluitvorming kan door een transparatie-analyst worden achterhaald en aangegeven.
  • De AI-nuttigheids strateeg bepaalt of het toepassen en implementeren van AI beter is dat het gebruik van traditionele algoritmes en scripts voor bepaalde specifieke toepassingen.

Sustainers

Sustainers, je zou ze ook duurzaamheidscoaches kunnen noemen, richten zich op het economische en verdere resultaten zoals het rendement van smart-machines en AI-systemen.

  • De ethische duurzaamheidscoach is een op automatisering gerichte ethicus die de economische impact van slimme machines evalueert, zowel de positieve, resultaat-bevorderende gevolgen als en de mogelijke risico’s en negatieve gevolgen.
  • De automatiserings-econoom evalueert de economische resultaten van slimme machines: wat is de werkelijke economische bijdrage van slimme machines aan het bedrijfsresultaat.
  • De machine relatie-manager is gericht op de wijze waarop de mens-machine interactie verloopt alsook de verbeteringen die de machines via leerprocessen bereiken. Hij bevorderd het gebruik van goed presterende algoritmen in het bedrijf en ontmoedigd algoritmes die minder goed of matig presteren.

Verder geldt voor alle beroepen in meer of mindere mate dat gezocht moet worden naar de typisch menselijke toevoegingen aan de AI-systemen en robots: elk beroep krijgt (heeft al) hiermee te maken.

Belangrijke eigenschappen zij, naast reeds eerder genoemde zaken als vasthoudendheid, consciëntieus zijn, een originele denker, een goede onderhandelaar etc. de meer voor de hand liggende vaardigheden zoals goed met digitale data kunnen omgaan en computers kunnen programmeren.

21e eeuwse vaardigheden

Echter, we leren helaas onze kinderen iets heel anders op scholen. De eerste tekenen van innovatie zijn inmiddels wel zichtbaar, zie de aandacht voor 21e eeuwse vaardigheden. Maar daarover een volgende keer meer.

 

De industriële revoluties op een rijtje

Overzicht gevolgen industriële revoluties

Het whitepaper van RoboJob geeft een mooi beknopt overzicht. Dit whitepaper kun je hier downloaden: https://www.robojob.eu/voordelen-referenties/industrie-4-0-in-de-maakindustrie

In short:

De eerste industriële revolutie komt op gang in de tweede helft van de achttiende eeuw. Hoofdpunt was het gebruik van stoommachines. Dankzij de mechanisering en het gebruik van water- en stoomkracht schieten de eerste fabrieken als paddenstoelen uit de grond. De ambachtelijke beroepen aan huis worden omgevormd naar een industrie met fabrieken. Deze vorm zal bijna een eeuw blijven bestaan. Nieuwe beroepen waren die van machinist, stoker, machinebediener en mechanisatie monteur.

De tweede industriële revolutie vindt plaats vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw. Stoom wordt geleidelijk aan vervangen door elektriciteit en geeft tevens meer mogelijkheden op gebied van aansturing en automatisering. Hierdoor ontstaan fabrieken met productielijnen en is massaproductie mogelijk. Mooi voorbeeld is de autofabriek van Ford: de werknemers krijgen een plaats aan de lopende band en voeren een beperkt aantal handelingen uit. Zo bouwen ze een auto en al spoedig rollen duizenden identieke T-Fords van de band. Nieuwe beroepen hebben betrekking op het ontwerpen van auto’s, en ook andere producten, die stap-voor-stap geproduceerd kunnen worden via de lopende band methode. Ontwerpers, bouwers, mecaniciens en monteurs zijn de nieuwe beroepen, naast productiemedewerkers.

De derde industriële revolutie vindt plaats vanaf de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw en kenmerkt zich door de overschakeling van analoge techniek naar digitale technologie. Zo werd een industriële productiemachine voor kousen analoog aangedreven door een nokkentrommel en een aantal ‘piefjes en palletjes’ en vormde het patroon van de nokken eigenlijk het patroon van de kous. Voor metaalproducten gebruikte men bijvoorbeeld draai- en freesmachines die met handels en handwielen, inclusief een afleesschaal (nonius) konden worden ingesteld. De overgang van analoog naar digitale technologie betekende dat de aansturing van de machine werd geregeld via een computer. Deze moest geprogrammeerd worden, vaak ‘aan de machine’ in een programmeertaal zodat de machine de juiste handelingen verrichtte. Nieuwe beroepen waren programmeur, informatie-technoloog (ICT-er), CNC[3]-verspaner en machinebediener.

En nu is er dan de vierde Industriële revolutie, ook wel Industrie 4.0 of Smart Industrie genoemd.

Eigenlijk is deze beschrijving nog te beknopt omdat de kenmerken en impact hiervan véél verder reiken dan de industrie. Deze revolutie betreft de invoering van internet (IoT[4]), verregaande digitalisering van alle informatie en processen, Artificial Intelligence (AI) en het gebruik van Big Data[5].

Zoals ik in mijn vorige blog al aangaf gaan alle beroepen veranderen onder invloed van deze digitalisering! Sterker nog: dat is al het geval. De impact van de verregaande digitalisering maakt dat alle beroepen in meer of nog meer mate gaan veranderen. Vaak zal het zo zijn dat de mens samen met robots in teamverband tot de beste prestaties komt.

Het kenmerkende verschil met de vorige industriële revoluties is dat bij deze ontwikkeling in toenemende mate te maken krijgen met intelligente machines. Machines die ons ‘begrijpen’, die spraak verstaan en die de omgeving waarin ze functioneren (context) kunnen begrijpen en daarnaar kunnen handelen. Machines die kunnen leren en die van elkaar kunnen leren.

Definities/toelichtingen:

Machine learning: Machine learning komt in principe neer op het vermogen om zich aan te passen aan nieuwe situaties. Iedere situatie brengt informatie voort en machine learning wordt gebruikt om hier patronen in te ontdekken en te gebruiken. De machine stelt door middel van algoritmes zelf bepaalde regels op, om bepaalde input te koppelen aan bepaalde output. Machine learning is hierdoor een onmisbaar onderdeel van het onderzoeksgebied van kunstmatige intelligentie, omdat dit ervoor zorgt dat een machine kan evolueren.

Deep learning: Het deep learning-algoritme is een bijzondere. Het algoritme kan, zelfstandig, nieuwe vaardigheden leren. De werking ervan is geïnspireerd op de werking van het menselijk brein. Met als gevolg dat het leerproces van het algoritme niet onderworpen is aan theoretische limitaties. Hoe meer ‘computation’-tijd je het geeft, hoe beter het algoritme wordt

[1] MIT Sloan Management Review leidt het discours tussen academische onderzoekers, bedrijfsleiders en andere invloedrijke denkers over vooruitgang, met name de invloed van technologie op de veranderingen in innovatie en leiderschap.

[2] McAfee schreef vorig jaar met Erik Brynjolfsson, ook hoogleraar digitale economie aan MIT, een van de invloedrijkste economische boeken van de laatste tijd: The Second Machine Age.

[3] CNC staat voor Computer Nummerical Controled ofwel aangestuurd door een computer mbv een programmeertaal.

[4] IoT staat voor Internet of Things waarbij steeds meer (alle?) apparatuur via internet met elkaar verbonden is.

[5] Big Data gaat om het gebruiken van veel gegevens ofwel ‘data’ om op basis van inzicht in de relaties tussen de gegevens zaken te verbeteren. Hiervoor gebruikt men extreem grote hoeveelheden data om zo diep verstopte relaties te kunnen vinden.

Bevoegde of bekwame leraren?

Wat kies je: bevoegd of bekwaam?

Huh..? Ja, je mag kiezen welke leerkracht of docent (m/v[1]) je wilt: iemand met de juiste bevoegdheden of iemand met de juiste bekwaamheid? Wat zou je doen? Zou je eerst een tegenvraag stellen: ‘Is dat dan niet hetzelfde?’  Mag je er dan niet van uit gaan dat een bevoegde docent of leraar óók en vooral bekwaam is? Zou eigenlijk wel moeten, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. Van een bevoegde docent mag je niet als vanzelfsprekend uitgaan dat deze ook bekwaam is. Het omgekeerde is misschien ook waar, maar eerst even de aandacht gericht op de bevoegdheid.

Zo word je bevoegd

Een bevoegde docent heeft tijdens zijn opleiding verschillende vakken gehad: alle docenten volgen vakken als didaktiek, pedagogiek, beginselen van psychologie en filosofie etc. Vakken die te maken hebben met hoe je omgaat met leerlingen en hoe je dingen uitlegt, hoe je tests en toetsen of examens maakt etc.

Daarnaast is er aandacht voor het vakgebied waarin je les wilt gaan geven. In het beroepsonderwijs is het beroep het uitgangspunt van de deskundigheid. Zo heb je docenten voor vakken als brood&banket, schilderen, metaalbewerken, timmeren en metselen etc. De docenten moeten hun vakbekwaamheid laten zien aan het einde van de opleiding via een praktijkexamen en bijbehorende vaktheorie. Als deze proef is geslaagd, en de andere vakken natuurlijk ook voldoende zijn, krijgen ze het diploma: bevoegd docent in hun vakgebied. Er is nog verschil in niveau: op het VMBO gelden andere eisen dan op het MBO en HBO.

Hoe blijf je bevoegd?

Daar begint een beetje het probleem. Eigenlijk voor alle docenten, maar met name voor de vakdocenten in het beroepsonderwijs. De beroepspraktijk, en daarmee ook de beroepen en functies, veranderen steeds en de verandering gaat ook steeds sneller. Zeker in de technische beroepen is dat de laatste jaren het geval en is de verandering ook fundamenteler. Dat vraagt van de docenten om een continue aandacht voor zowel theoretische als praktische bijscholing. Ook om deelname aan excursies en stages in het bedrijfsleven. Dat gebeurd echter niet altijd. Het kan dus zo zijn dat docenten die aanvankelijk zeker bekwaam zijn in hun vakgebied gaandeweg hun aansluiting met de ontwikkelingen verliezen en daarmee ook hun bekwaamheid om op te leiden voor een beroep van vandaag en morgen. De kennis en de vaardigheden zijn verouderd, niet meer van deze tijd met als gevolg dat de kwaliteit van de opleiding verslechterd.

Voor werknemers in het bedrijfsleven is het gebruikelijk om periodiek beoordelingen te krijgen en functioneringsgesprekken. Daarin wordt op een gestandaardiseerde wijze en, als het goed is over- en weer, gesproken over het recente verleden, toekomstperspectief, scholingswensen en natuurlijk de deskundigheid en resultaten de behaald zijn. Bij de leraren is dat verre van gebruikelijk. Het hangt echt van het beleid van de school af in hoeverre hier aandacht aan wordt besteed. Dit alles staat los van de bevoegdheid: de docent behoudt hoe dan ook zijn bevoegdheid hoewel hij misschien inmiddels wel volledig onbekwaam is!

Is dat vaak het geval? Dat is een open discussie, waarbij mijn indruk is dat we inmiddels meer onbekwame docenten voor de klas hebben dan bekwame. Oeps, is dat zo? Hoe kan dat?

Lerarenregister

Om meer duidelijkheid te krijgen over de kennis en vaardigheden van leraren wordt inmiddels gesproken over het invoeren van een lerarenregister. Doel is de deskundigheid van leraren zichtbaar te maken door de gevolgde bijscholingen en trainingen te registreren en zo e.e.a. up-to-date te houden. Goed idee, toch? De politiek wil wel; maar de leraren zelf liggen dwars!

De Eerste Kamer heeft op 21 februari 2017 ingestemd met het invoeren van een lerarenregister. In navolging van advocaten, artsen en verpleegkundigen krijgen docenten een landelijk register waarin zij hun kennis en ervaring moeten gaan bijhouden.

Het register moet in augustus 2018 van start gaan. In 2019 moeten alle leraren zich hebben aangemeld voor de lijst. In het online register komt te staan welke scholing leraren hebben gehad en hoe zij hun kennis over het vak op peil houden. De beroepsgroep moet zelf gaan bepalen hoe het register wordt ingevuld en aan welke criteria docenten voortaan moeten voldoen om een vermelding in het register te krijgen. Vanaf 1 augustus 2017 is de Wet Beroep Leraar en Lerarenregister van kracht. Zie: https://www.registerleraar.nl/

Nog wel een beetje ‘slappe hap’ natuurlijk aangezien de doelgroep zelf mag bepalen wat er in het register komt en er niet of nauwelijks sprake is van sancties. Maar goed: het begin is er, hoewel de invoering nog moet gebeuren.

De echte vraag ligt hier nog achter: is het wel doenlijk om in deze tijd nog te vragen van leraren om alle technologische innovaties te volgen en daar een zodanige kennis en vaardigheden in te verwerven dat ze met een gerust hart daar les in kunnen geven en dus ook steeds opnieuw hun bekwaamheid behouden?

En is dat wel noodzakelijk, kun je je afvragen. Voor een leraar houdt ‘vakbekwaamheid’ méér in dan alleen beroepenkennis. Want wat is nu eigenlijk de kern van het leraarschap? Beroeps- of vakinhoudelijke kennis en vaardigheden? Didactiek? Pedagogiek? Examinering? Of is het een combinatie hiervan?

Vakbekwaamheid van leraren

Ook al doet de leraar nog zo zijn best om ‘bij te blijven’, het is niet anders dan zo kort mogelijk achter de ontwikkelingen aanlopen. O ja, elke leraar heeft de plicht om te blijven werken aan zijn vakbekwaamheid, maar de vraag is inmiddels wel tot wel niveau je dat mag verwachten. Als we kennis van nieuwe technologieën ergens tussen ‘awareness’ en ‘specialist’ moeten projecteren zou ik kiezen voor ‘weten van’. Elke leraar moet op zijn vakgebied weten van de nieuwste ontwikkelingen, wat het is, hoe het werkt en welke impact dat heeft op het beroep. Dat is iets anders dan het kunnen uitvoeren en beheersen als een specialist. Laat ik een voorbeeld noemen.

Inmiddels is wel duidelijk dat 3D-printen van metalen (Additive Manufactering) voor de beroepen in de technische sectoren van groot belang is. Maar moet de leraar van de verschillende technieken van metaalprinten de kritische factoren op toepassingsniveau beheersen? De specialisten in het bedrijf hebben al moeit genoeg met het beheersen van één proces!

Idem voor robotisering (cobots!), kunstmatige intelligentie (AI), nieuwe materialen, hybride toepassingen etc. etc.

Van een leraar mag je wel verwachten dat hij het weet en ook globaal kan uitleggen aan zijn leerlingen of cursisten. Daarnaast moet hij in staat zijn om toepassingsvoorbeelden te noemen en ook moet hij in staat zijn om een opzetje te maken hoe je deze nieuwe technologieën het best kunt aanleren en kunt toetsen. Dat hoort ook bij het vak van leraar.

De vakinhoudelijke deskundigheid daarentegen kan hij inhuren. Net als de benodigde machines, gereedschappen, outillages en realistische opdrachten. Dat allen kan hij in de echte beroepspraktijk laten ervaren en door de specialisten in deze technologie laten uitleggen, demonstreren, oefenen via voor- en nadoen en zo meer. Hij helpt daarbij de specialist zodat de leerlingen on cursisten zo goed mogelijk kunnen leren. Het organiseren van de leeromgeving is onderdeel van het vakmanschap van de leraar.

Inzet van specialisten uit het bedrijf en uit kennisinstellingen

In het bedrijf zijn in voldoende mate specialisten aanwezig, immers, ditzelfde bedrijf vraagt om de instroom van nieuwe vakmensen die dit kunnen. Dat geldt ook voor kennisinstellingen zoals praktijk-lab’s van hogescholen en technische universiteiten, geldt ook voor start-ups die op een specifiek gebied deze kennis aanwenden in hun bedrijf. Zij zijn als geen ander op de hoogte van de ontwikkelingen in het vakgebied, van de finesses, van de achterliggende kennis en beheersen ook op toepassingsniveau over de juiste vaardigheden. Deze specifieke vakmensen zijn de echte bekwame instructeurs en kunnen zeker ingezet worden voor opleidingen en of cursussen. Inclusief het zorgen voor de juiste machines, gereedschappen en outillage. Dat is allemaal te vinden in en bij het afnemende veld van bedrijven die om elke school heen gevestigd zijn.

Nu zul je vragen: willen ze dat wel, wil de specialist dit? Het bedrijf waar deze werkzaam is? Vanuit mijn interviews met vooraanstaande bedrijven klonk het steeds opnieuw: ga niet langer investeren in stenen, machines en gereedschap: dat is niet bij te houden. Kom daarvoor maar bij ons! Ook voor de knowhow is dat een prima oplossing. Het werd mij meermaals op het hart gedrukt. Ondernemers zien het belang heus wel in van goed opgeleide nieuwe vakmensen. Daar willen ze best een bijdrage aan leveren. Er zijn ook al voorbeelden bij een aantal ROC’s en HS’n die dit een invulling hebben gegeven.

Bevoegd of bekwaam: non-discussie

Deze keuze bevoegd of bekwaam wordt door een aanpak zoals hierboven geschetst een non-discussie. De leraar is zowel bevoegd als bekwaam in zijn nieuwe rol als regisseur en organisator van leerprocessen. En met een zekere kennis van nieuwe ontwikkelingen in het betreffende veld. Voor de verschillenden onderdelen zet hij deskundige vakmensen in uit het veld, uit de bedrijven en kennisinstellingen, met gebruikmaking van de daar aanwezige machines en outillage.

Het vraagt van de leraar nieuwe stijl wel inzet en onderhandelingsvaardigheden om de juiste vakman op het juiste moment te kunnen inzetten, soms voor een dag per week gedurende enkele weken, soms voor een blokperiode van een of twee weken fulltime of weer anders. Dat wordt de kunst van het nieuwe leraarschap. Aangevuld met de verantwoording om de kwaliteit te borgen via een adequate wijze van toetsen en examineren.

Lijkt me een mooie uitdaging!

[1] Met leraar of docent wordt in dit stuk zowel de mannelijke als vrouwelijke versie bedoeld.

Ophef over VMBO onterecht

In de media is sinds kort een steeds krachtiger wordend geluid te horen over het VMBO: het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs. De teneur van de berichten en geluiden is zo’n beetje van: we hebben een tekort aan vakmensen! Er zijn of komen teveel hoger opgeleiden en te weinig mensen die straks het werk nog willen en kunnen doen! Dat vertaalt zich vervolgens in signalen als: méér waardering voor vakmensen, méér geld naar het VMBO, minder doorstroom naar HAVO en VWO, studentenstops op universiteiten en zo meer. Ik vind dit volstrekt onterecht en letterlijk niet meer van deze tijd. Leg uit?

Yep: gewoon ff doorlezen!

Verderop in deze blog vind je enkele punten van kritiek op het VMBO: alleen lezen als je echt hierin geïnteresseerd bent! Eerst het vermeende probleem adresseren 😉.

De eerste kreet is: we hebben een tekort aan technische vakmensen!”

Of ook wel: we komen tig-duizend vakmensen tekort komende jaren! Maar is dat wel zo? Welke vakmensen dan? En op welk niveau? Als je kijkt naar het technisch vakmanschap van vandaag en vooral ook van morgen dan zie je dat er een razendsnelle ontwikkeling plaatsvindt.

De automonteur van vroeger dook direct onder de motorkap en onder de auto. De automonteur van nu sluit eerst een computer aan en leest de zelf-diagnose van de auto uit. Daaruit komt in de meeste gevallen wat het probleem is en welke oplossing gekozen wordt. Vergelijkbare ontwikkelingen kennen de andere monteur-beroepen: automatisering, computertoepassingen en zelfs virtual reality wordt in de praktijk nu al toegepast.

De timmerman en metselaar van vroeger bouwden samen een huis. Nu wordt veel (bijna alles) prefab aangeleverd en ter plaatse samengebouwd. Nog een muurtje eromheen (kan al met een robotmetselaar), technische installaties erin en klaar is kees. Tests met het 3D-printen van gebouwen geven aan waar we naartoe gaan.

In de industriële bedrijven idem: CNC-technologieën worden aangevuld met nieuwe technologieën als laserbewerkingen, robotisering en Additive Manufactoring (3D-printen).

Het vakmanschap gaat van het ‘maken volgens tekening’ naar een volgende fase: ‘Het vertalen van de behoeftes van klanten, zowel van bedrijven als personen, in een concreet product’. Naast kennis en vaardigheden is communicatie, creativiteit en interactie onderdeel geworden van vakmanschap.

Een voorbeeld? Laten we het simpel houden: het maken van een rollator! Twee denkwijzen, twee verschillende manieren om daar invullingRollator01 aan te geven.

De eerste denkwijze gaat ongeveer zo: als engineers (vakmensen van Rollz, zie: https://rollz.com) bedenken we de meest geavanceerde types en maken die van hoge kwaliteit tegen zo laag mogelijke kosten. De Rollz-flex kan simpelweg omgebouwd en gebruikt worden als boodschappenwagentje. De Rollz-motion is zelfs een rollator en rolstoel in een. Kijk op de website voor de enthousiaste wijze waarop aan deze kwaliteitsproducten wordt gewerkt. Voor technici enorm herkenbaar en aanstekelijk. Soms is de vraag wel: wie zit daar nu echt op te wachten, maar toch. Want het scenario is en blijft: wij bedenken, en maken en zoeken een markt voor ons product. Daarvoor zijn vakmensen nodig die goed ‘volgens tekening’ een dergelijk product kunnen maken.

Een tweede denkwijze is te vinden bij het startup-bedrijf Robot Care Systems van de TuDelft. Zie: http://www.robotcaresystems.com/ .

De hier ontwikkelde ‘rollator’ heeft vele extra LEA01functies, gebaseerd op de wensen en ‘noden’ van de gebruikers. De LEA (The Lean Empowering Assistant) helpt de gebruiker bij de dagelijkse routines en met communicatie. Door robottechnologie te gebruiken, worden producten gemaakt die ouderen en patiënten ondersteuning bieden om langer en veilig in de eigen omgeving te kunnen blijven wonen.

Functionaliteiten van LEA:

  • Ondersteuning: als mobiele persoonlijke assistent helpt LEA bij het opstaan uit bed en stoel. Daarnaast ondersteunt zij tijdens het lopen en stimuleert zij gebruikers om dit met een juiste houding te doen.
  • Bescherming: LEA zorgt ervoor dat de gebruiker zich veilig voelt in de eigen omgeving. Zowel tijdens het lopen als tijdens het uitvoeren van oefeningen zal LEA obstakels detecteren en de gebruiker waarschuwen indien een betere houding aangenomen kan worden. In geval van nood kan contact opgenomen worden met familie of zorgverleners.
  • Motiveert om te bewegen: LEA stimuleert gebruikers om actief te blijven door op maat gemaakte speciale fitnessoefeningen aan te bieden. Op een prettige manier actief blijven door samen te dansen op de melodie van Salsa of Wals. De beweegoefeningen kunnen zowel worden ingezet voor revalidatie als voor het verbeteren van de conditie en spierkracht van de gebruiker.
  • Legt contact: maakt gebruik van beeldbellen waardoor de gebruiker op een eenvoudige en leuke manier in contact kan blijven met familie, vrienden en zorgmedewerkers.
  • Geheugensteuntje: een agenda helpt de gebruiker met de dagelijkse activiteiten, zoals medicatie, eten of drinken en bewegen.
  • Analyseert: de LEA kan ingezet worden om de leefstijl van de gebruiker te monitoren, waarbij een alarm gegeven kan worden wanneer dit afwijkt van het normale ritme. Op deze manier kunnen noodgevallen of het ronddwalen in huis vroegtijdig gedetecteerd worden.

Tot zover de aanpak van de ontwikkeling van deze ‘rollator’.

Wat betekent dit voor het vakmanschap?

Robot Care Systems zegt hierover zelf het volgende: Door vergrijzing en andere maatschappelijke en demografische ontwikkelingen is de toekomst van robotica reeds begonnen; de producten van RCS zijn dan ook ontwikkeld om dóór te gaan, daar waar menselijke inspanningen ophouden of tekortschieten. Niet met zielloze machines, maar met de inzet van zelfstandig werkende medische middelen die ontwikkeld zijn vanuit het hart. Bovendien moet deze technologie begrijpelijk en toegankelijk zijn. LEA maakt dit mogelijk. De 25 hooggeschoolde medewerkers van RCS werken graag samen met onderzoek partners van universiteiten en kennisinstituten en zakelijke partners uit binnen- en buitenland’.

Algemeen: het vakmanschap ontwikkeld zich.

Het vakmanschap is daarmee verbreed, verhoogd en verdiept. De nieuwe definitie van vakmanschap is het best als volgt samen te vatten: ‘Het vertalen van de behoeftes van klanten, zowel van bedrijven als personen, in een concreet product’. De vakmensen die dit kunnen moeten van een voldoende hoog opleidingsniveau zijn, als regel MBO4+ of HBO. Daarvoor kun je ook doorgroeien in de praktijk; gewoon blijven leren en ontwikkelen.

En het VMBO dan?

En ja, ook de VMBO’ers zijn nodig, maar minder dan nu en voor de meer uitvoerende taken en werkzaamheden. Ook kunnen deze vakmensen prima meedoen in de samenwerking met andere vakmensen, de ingenieurs, de ontwikkelaars, de bedenkers etc.

Het vakmanschap wordt anders en dat zal ook de andere beroepsopleidingen op MBO, HBO en zelfs op WO-niveau aanspreken. Vakmanschap vindt zichzelf steeds opnieuw uit en herdefinieert zich komende tijd zeker nog meermaals. Naast de VMBO’ers zijn ook MBO’ers, HBO’ers en WO-Ingenieurs allemaal vakmensen, elk op hun eigen niveau en qua organisatiemodel in de bedrijven steeds meer samenwerkend in zelfsturende teams (daarover een volgende keer meer).

Het vakmanschap krijgt weer aanzien!

Een mooie bijkomstigheid hiervan is dat daarmee het vakmanschap weer echt aanzien krijgt, waardering ook en dat het vakmanschap is gebaseerd op een motivatie om het verschil te maken, om echt iets te betekenen voor de samenleving.

De uitdaging is nu: hoe leid je dergelijke vakmensen op? Wat heb je daarvoor nodig? Aan outillage, aan machines, aan deskundige leerkrachten en praktijkbegeleiders?

Het leidt als vanzelf naar het opnieuw uitvinden van het beroepsonderwijs, waarbij de scholen nauw samenwerken met het bedrijfsleven. Het VMBO zal daarbij meer met de regionale bedrijven samenwerken. MBO, HBO en WO wellicht meer in nationale of zelfs internationale samenwerkingsconstructies en -modellen. Uitgangspunt zal steeds de beroepspraktijk moeten zijn, de wensen van klanten en de behoeften van gebruikers.

Tot slot: bijblijven is de kunst!

Een van de grote uitdagingen van het beroepsonderwijs was al om de aansluiting met de beroepspraktijk te houden. Een bijna onmogelijke opgave. De huidige procedure van het ontwikkelen van beroepsprofielen, opleidingen, leermiddelen en examens is daarvoor niet geschikt. Achterhaald en uit de tijd. Vele opleidingen vragen om jaarlijkse updates en om een uitvoering met examinering die zoveel mogelijk in de beroepspraktijk zelf plaatsvindt. Zowel het VMBO als ook de verdere niveaus moeten hun werkwijze voor opleidingsprogrammering overboord gooien: niet meer van deze tijd! Wat dan wel?

Maak in de regio een deal met scholen en bedrijven: het nieuwe wettelijke ‘samenwerkingscollege’ (aanpassing WEB, Wet Educatie Beroepsonderwijs) zou kunnen worden gebruikt als basis voor een regionale Publiek-Private-Samenwerking (PPS). Afspraken tussen scholen (VMBO+MBO/ROC’s+HO) en bedrijven. Bepaal in kwalitatief en kwantitatief opzicht jaarlijks wat nodig is en hoe je dat gaat organiseren en uitvoeren. Bepaal ook de kwaliteitsborging: examinering, aangevuld met portfolio’s en ‘proeve van bekwaamheid’; allemaal mogelijkheden waaruit de beste mogelijkheid in de gegeven situatie gekozen kan worden.

Vind op deze wijze het beroepsonderwijs regionaal opnieuw uit, gebruik de faciliteit voor zowel de initiële opleiding als voor een continue vorm van bijscholing voor het zittend personeel.

Enkele punten van kritiek m.b.t. het VMBO

Doorstroom na de basisschool: zo hoog mogelijk?!?

De keuze voor het vervolgonderwijs bepalen we zelf, zowel de scholen als ook de ouders. Op de basisschool is overdreven veel aandacht voor taal en rekenen, terwijl andere talenten niet of nauwelijks worden ontwikkeld, laat staan gestCito nietimuleerd. Basisscholen geven we waardering voor hoge scores op citotoetsen en vergelijkbare tests en voor percentages doorstroom naar HAVO en VWO. Vooral ouders willen graag dat hun kind doorstroomt naar het hoogst mogelijke onderwijs, waarbij bedoeld wordt tenminste VWO!

Naar de HAVO of MAVO (bestaat officieel niet meer, maar goed) is eigenlijk al een afgang. Het ergste is: naar het VMBO. Dat ‘afvoerputje van het onderwijs’ heeft een dermate slecht imago, dat moet kosten wat kost voorkomen worden!

Ik durf te stellen dat alle ouders eerder een zo hoog mogelijke doorstroming van hun kind nastreven dan dat ze kijken naar wat voor hun kind eigenlijk het beste zou zijn. Als dan toch het VMBO de uitkomst is, moet daar wel een goed verhaal bij komen om deze ‘mislukking’ nog wat goed te praten. Kortom: de maatschappelijke trend is: naar het algemeen vormend onderwijs en wel zo hoog mogelijk! Waarom? Anders loopt het slecht met je af! Tegen deze maatschappelijke signalen in gaan is vechten tegen de bierkaai. Niet doen dus, is ook niet nodig!

Overigens: met activiteiten al Vakkanjers en Skills Talents wordt aangetoond dat VMBO’er tot véél méér in staat zijn dan menigeen wellicht denkt! Zoek op:  https://vakkanjers.nl/pioneer en http://www.skills-talents.nl/

 

Méér geld voor het VMBO? Is er al!

Daarmee wordt dan vaak het technische VMBO bedoeld, immers vakopleidingen met machines zijn duurder dan algemeen vormend onderwijs met een boek+bord+tablet. Klopt zeker en daarvoor krijgt het VMBO dan ook al extra geld! Wat? Jazeker: elke VMBO-school met technisch onderwijs krijgt méér geld per ’technische’ leerling. Daarvoor is vroeger al bepaald dat dit de school een factor 1,7 méér geld per leerling opleverde dan niet-technische opleidingen. Juist bedoeld voor die duFinancien onderwijsre machines en zo. De vergoedingensystematiek is inmiddels wel aangepast, maar nog steeds krijgt het technisch VMBO per leerling méér geld dan de andere opleidingen. Of het genoeg is blijft natuurlijk altijd wel de vraag. Grootste probleem is echter dat het geld sinds vele jaren als één grote zak met geld aan de school wordt gegeven, lumpsum financiering noemen we dat, waardoor niemand meer kan zien dat er feitelijk méér beschikbaar is voor het technisch VMBO. De school mag zelf bepalen waaraan het geld wordt uitgegeven. Het VMBO is heel vaak een onderdeel van een grote scholengemeenschap waar vele niet-technische schoolbesturen zijn die het geld aan van alles besteden, maar geen EXTRA geld beschikbaar stellen voor de technische afdelingen. Is dat extra geld genoeg? Nee, dat is niet genoeg, tenminste als je op peil wilt blijven met de ontwikkelingen in de bedrijven en steeds weer nieuwe machines moet kopen, of leasen. Kortom: er is al meer geld voor het technisch VMBO, alleen het komt niet altijd op de juiste plaats terecht. Moet er meer bij? Dat valt te bezien! Andere oplossingen zijn wellicht beter zoals samenwerking met bedrijfsleven in een regionale PPS.

 

Meer waardering voor vakmanschap?

Vaak klinkt de kreet: we moeten vakmanschap meer waarderen! Is volstrekt terecht, maar welk beeld heeft men dan van vakmanschap? Wat is vakmanschap dan? Als je jongeren op de basisschool vraagt om voorbeelden van vakmensen te noemen komen ze niet verder dan timmerman en monteur! Deze jongeren hebben GEEN BEELD van vakmensen, van wat ze doen, wat hun drijfveren zijn en hun motivatie, wat ze allemaal bereiken en waar ze, terecht, trots op zijn.

Hun ouders dan? Niet veel beter qua beeldvorming. Ook daar komt men niet verder dan de wat stereotypische beelden van de vakmensen die wel Krimpemnde instroom VMBOeens over de vloer komen als er in huis wat moet gebeuren, aangevuld met de monteur in de garage. Ook ouders hebben GEEN BEELD van de vakmensen van nu, laat staan van de toekomstige vakmensen. Leerkrachten basisonderwijs dan? Nee, geen beeld van vakmensen en kunnen daar dus ook niet motiverend over vertellen of enkele goede voorbeelden van rolmodellen presenteren. Sterker nog: de leerkracht die bij een bedrijfsexcursie tegen haar leerlingen zeg: ‘Pas maar op, als je niet goed je best doet kom je hier terecht!’ staat mij nog helder voor de geest.

Hoezo waardering voor vakmanschap? Misschien in woorden, maar zeker niet in gedrag.

Kortom: degenen die gaan over de keuze van leerlingen hebben GEEN BEELD van vakmanschap!

De waardering voor het vakmanschap moet blijken uit de praktijk. Als het vakmanschap weer ‘in’ is, en dat gaat gebeuren, doordat vakmensen op alle niveaus laten zien wat ze kunnen, ontstaat de waardering weer als vanzelf. Dat daarbij dan een goed salaris hoort spreekt voor zich. Ook nu worden vakmensen al goed betaald, vaak veel beter dat die ‘kantoor-piefjes’ 😉.

 

Het opleiden van vakmensen

Daar is nog wel veel ruimte voor verbetering. Onderwijs, ook het beroepsonderwijs, blijft achter bij de digitaliseringsslag die de gehele maatschappij nu maakt. Dat met snel beter!

Ook de rol van de docent moet stevig op de schop. Docenten in het beroepsonderwijs moeten zich realiseren dat ze (te) ver van de praktijk afstaan om nog als kennis-medium te kunnen dienen. Hun kennis is verouderd, niet meer van deze tijd en derhalve ‘ongeschikt’. Lastig om te erkennen en om naar een andere rol te groeien, zeker wel. Maar absoluut noodzakelijk!

De docenten van nu zijn opgeleid om de leerstof helder uit te leggen en zij ontlenen hun arbeidsvreugde aan situaties waarin ze enthousiast mogen en kunnen vertellen over hun eigen vak. Ze zijn getraind in het herkennen van ‘storingen’ in het leerproces en in het aanbieden van concrete oplossingen daarvoor. En ze worden beoordeeld op het faciliteren van reproductief leren, niet alleen door de schoolleiding maar ook door de ouders, de Inspectie van het onderwijs en de publieke opinie.

Jammer, maar is niet meer van deze tijd!

Docenten moeten samen met hun leerlingen opnieuw nieuwsgierig worden naar wat er zoals kan en speelt in de beroepspraktijk. Dus een slag maken van docent naar leerkracht en leermeester. Laat gaan die vermeende vakkennis en ‘GA NAAR BUITEN’, ga naar de bedrijven, ga naar kennisinstellingen en breng voor jezelf in beeld wat de vakmensen van nu nodig hebben. Stel dat beeld jaarlijks bij en blijf sporen naar goede leersituaties om gebruik van te maken.

Wat wordt dan je toegevoegde waarde? Je bent als leerkracht een professional (of moet dat snel worden) op gebied van het leren. Jij weet hoe je leert en hoe je nieuwe kennis en vaardigheden opdoet en hoe je kunt laten zien dat je het vak beheerst. Dat weet je veel beter dan het bedrijfsleven en de kennisinstellingen. Dat wordt je nieuwe rol: van docent naar leermeester!

Een wereld zonder (betaald) werk?! Waar leiden we dan nog voor op?

RobotHet is niet onwaarschijnlijk dat we afkoersen op een wereld zonder (betaald) werk. Robotisering en Artificial Intelligence zorgen in hoog tempo voor verregaande veranderingen op de arbeidsmarkt. Er gaan vele banen verdwijnen en, o ja, er komen ook nieuwe banen bij! Maar welke en hoeveel is nog niet duidelijk. Moeten we dat zien als een kans? Of als een uitdaging? Is het een probleem? Dat vraagt een maatschappelijke discussie en daarvoor is het wel de hoogste tijd! Echter: vanuit de landelijke politiek en de politici van de verschillende partijen is hier nog niet of nauwelijks aandacht voor. Dat wordt wel hoogtijd: regeren is immers vooruitzien, toch?

 

Een belangrijk onderdeel uit deze discussie wil ik hier wel alvast aansnijden nl.: welke gevolgen heeft dit alles voor het onderwijs, met name het beroepsonderwijs? Anders gezegd: als de beroepen verdwijnen, waarvoor leidt het beroepsonderwijs dan nog op? Dat wil ik nader aanduiden en voorzien van een oplossingsrichting in het denken. Graag nodig ik u om hierop te reageren, te reflecteren of om aanvullingen, onderbouwingen dan wel alternatieven aan te dragen.

 

Worden robots slimmer dan mensen?

Wat mij betreft is daar geen enkele twijfel over: ja, robots worden slimmer dan mensen en ook slimmer dan de mensheid. Slimme robots zijn er nu al op vele terreinen en gebieden: van offline tot online, van productie tot diensten en van handwerk tot denkwerk. Als je een brede omschrijving wilt hanteren van robots is de volgende omschrijving een werkbare definitie: ‘machines of virtuele toepassingen die op basis van programmering of zelflerende technieken mechanische en/of intellectuele handelingen automatiseren’[1].

 

De huidige generatie robots is vrij dom, te vergelijken met een insekt of een niet al te slimme vis. Dit is snel aan het veranderen. Kunstmatige intelligentie op zich (niet ingebed in een robot) klopt de mens op steeds meer terreinen. Een computer waarvan het denkvermogen dat van een mens evenaart of overstijgt, kan over hooguit enkele tientallen jaren in een humanoïde robot ingebouwd worden ingebouwd.

De volgende stap in de evolutie van machines is gezet met het oprichten van een communicatienetwerk, RoboEarth, dat door robots onderling wordt gebruikt om ervaringen uit te wisselen en zo bij te leren. Machines kunnen nu van elkaar leren en zichzelf herprogrammeren. Hiermee is hun evolutie los komen te staan van de mens. De gevolgen hiervan kunnen niet overschat worden. Vanaf nu zullen machines op hun eigen manier evolueren.

Dit heeft zeker impact op allerlei terreinen en zeker ook op de arbeidsmarkt. Zowel productie als dienstverlening door robots! Wat betekent dat voor de mens? Voor de arbeidsmarkt? Voor de beroepen? Voor de beroepsopleidingen?

 

Welke beroepen gaan verdwijnen?

De verwachting is dat in een steeds hoger tempo beroepen gaan verdwijnen, te beginnen met beroepen die veel repeterend werk kennen. Dat is nu al het geval; zie lasrobots, pick-and-place robots, machinebedieners en ook de robot-metselaar en zelfs de robot-kok en de robotvoetballers zijn beschikbaar. Ook de autonome auto is gewoon een robot waar je in vervoerd wordt.

Verder is er een mooi overzicht beschikbaar waarin je zelf kunt nagaan of en in welke mate je beroep tot de overnamekandidaten voor robotisering behoort. Zie: http://nos.nl/op3/artikel/2163626-wereldzonderwerk-zo-groot-is-de-kans-dat-een-robot-jouw-baan-inpikt.html

 

Welke beroepen gaan veranderen?

Daar kan ik heel kort over zijn: alle beroepen gaan veranderen! Sterker nog: dat is al het geval. De impact van de verregaande digitalisering maakt dat alle beroepen in meer of nog meer mate gaan veranderen. Vaak zal het zo zijn dat de mens samen met robots in teamverband tot de beste prestaties komt. De vraag is wel: voor hoe lang? Met de huidige en toekomstige generaties robots en AI zijn vormen van machinelearning te bereiken die de vermogens van mensen al snel te boven gaan. Met creativiteit, empathie en andere typisch menselijke vermogens kunnen we nog wel een tijdje verder, hoewel ook dat uiteindelijk door machines kan worden overgenomen. Stukjes schrijven zoals deze kan een goed algoritme / computerprogramma uiteindelijk best zelf. En waarom dan nog: immers de communicatie tussen de machines zelf zal gedigitaliseerd verlopen via o.a. RoboEarth. Alleen voor de mensen is nog een vertaling in letters en tekst nodig: beetje traag en oudbollig, toch?

 

Wat betekent dat voor opleiding en scholing?

Opleidingen zijn tot nu toe voornamelijk gericht op toekomstige beroepsuitoefening. Het besef dat je vervolgens via scholing moet ‘bijblijven’ is ook al wel doorgedrongen. Daarbij was scholing vooral skill upgrading: iedereen meer kennis en vaardigheden. Door grote investeringen in het onderwijs is het steeds gelukt om mensen beter op te leiden en aan de veranderende vraag naar vaardigheden te voldoen. De ‘race tussen technologie en onderwijs’ werd gewonnen door onderwijs.

 

Met de opkomst van het tweede machinetijdperk is een nieuwe werkelijkheid ontstaan waarin machines denkkracht leveren en waar het digitaal Taylorisme het mogelijk maakt om cognitief routinewerk in deeltaken op te knippen en te offshoren, outsourcen of te automatiseren. Voor de nabije toekomst wordt verwacht dat automatisering alle opleidingsniveaus treft, dwars door sectoren heen.

Ook nu gaan we er vanuit dat investeringen in scholing en onderwijs de belangrijkste opties zijn om ervoor te zorgen dat mensen de juiste vaardigheden hebben voor het werk van de toekomst. Tegelijkertijd is onzeker over hoe dat werk – en de vaardigheden – van de toekomst er precies uit zullen zien. Om vraag en aanbod zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten, is interactie tussen bedrijven en het onderwijs van belang (betrekken van bedrijven bij opzet curricula; strategische relaties tussen bedrijven en onderwijsinstellingen).

 

Investeringen in het basis- en voortgezet onderwijs zijn van belang om kinderen toe te rusten met vaardigheden die voor de toekomstige economie en maatschappij van belang worden geacht. Het betreft diverse generieke vaardigheden: vaardigheden waarin mensen zich onderscheiden van computers zoals het werken met nieuwe informatie, creativiteit, communicatie, of vaardigheden die passen bij flexibilisering en een digitaliserende omgeving, zoals metacognitieve vaardigheden, ondernemerschap en e-skills waaronder leren programmeren, 3D-printen en dergelijke.

Als we dat afzetten tegen de huidige leerdoelen in het basis- en voortgezet onderwijs wordt duidelijk dat we voor een grote uitdaging staan.

 

Toekomstdenkers gevraagd!

Als je het bovenstaande overdenkt is het de hoogste tijd om met elkaar na te denken over wat de impact van dit alles is in de nabije toekomst. Technologie grijpt in op ons dagelijks leven als mens en op de maatschappij in zijn geheel. Daarbij komen ook morele en ethische kwesties aan de orde aangezien technologie niet waardevrij is, zeker niet als de technologische ontwikkelingen een grote autonomie kunnen krijgen. Deze ontwikkelingen gaan snel, zeer snel en het is zaak nu al vooruit te denken op veranderingen die we vandaag al zien. Door toekomstdenken kunnen we een mogelijke toekomst nu al verbeelden. Die menselijke eigenschap moeten we gebruiken om scenario’s te schetsen van wat waarschijnlijk gaat gebeuren. Dat is niet hetzelfde als toekomst voorspellen. Misschien, ja zelfs waarschijnlijk, ziet de toekomst er toch nog net weer anders uit dan we kunnen verbeelden. Maar het helpt wel om in kaart te brengen waar je zoals aan moet denken als we afkoersen op een wereld zonder (betaald) werk. En dat is wel een zeer waarschijnlijk toekomstperspectief.

[1] Zie ‘Robots aan het stuur’, p32, Jochanan Eynikel,2017 Uitgeverij LannoCampus, Leuven.

Zelfrijdende auto’s en Openbaar Vervoer

Het gaat snel..

In toenemende frequentie treffen we berichten aan over robot-auto’s ofwel zelfrijdende auto’s. Deze ontwikkelingen komen zowel vanuit de auto-industrie als ook daarbuiten. Tesla[1]  is een mooi voorbeeld, maar ook de Google-car[2] en de merken Mercedes, BMW en Toyota zijn hiermee al in een vergevorderd stadium. Komende jaren wordt een ware doorbraak verwacht. Daarmee komt ook een ander perspectief in beeld: een oproepbare studententeam-tueauto die je brengt van de plaats waar je bent naar de plaats waar je moet zijn op het moment dat jet jou uitkomt. De TuE in Eindhoven is hiermee ook aan de slag[3]. De nadelen van het OV zijn daarmee ondervangen. Bij de jongeren is het bezit van een ‘auto’ al niet meer zo in trek: het gebruik wel. Tegelijkertijd is de opkomst van autonome auto’s de start van de discussie over het openbaar vervoer zoals we dat nu nog kennen. Wat moeten we dan nog met de bus of de trein of zelfs de taxi? Hoogste tijd om hierover de discussie te starten.

Beknopte schets problematiek:

Tot nu toe lijkt de komst van zelfrijdende auto’s een gimmick die is voorbehouden aan de happy few. De combinatie van de zelfrijdende auto met elektrisch rijden (duurzame energie), de mogelijkheden om een dergelijk vervoermiddel met je smartphone ‘op te roepen’ zodat deze op het juiste moment op de juiste plaats is geeft mogelijkheden die velen bijzonder zullen aanspreken. De nadelen van ‘greenwheels[4]’ maar ook van bus, taxi, trein alsmede het zoeken naar een parkeerplek in de overvolle steden zijn hiermee verleden tijd. En deze ontwikkeling gaat razendsnel: Business Insider[5] verwacht al in 2019 een introductie van deze vervoermiddelen. De samenleving is hier nog niet of nauwelijks mee bezig. Zowel de facilitering van deze mogelijkheden als de aanpassing van wet- en regelgeving moet nog op gang komen. Aan de ene kant is hier sprake van marktregulering, aan de andere kant betreft het ook voorzieningen waar de overheid een rol in speelt. Wellicht moet het OV opnieuw worden uitgevonden of geherdefinieerd.

Schets oplossing:

Recent was in het nieuws: Zelfrijdende auto’s zonder stuur de openbare weg op in Wageningen[6]: …’ de eerste keer ter wereld dat zelfrijdende auto’s zonder pedalen of stuur de openbare weg op gaan’. Nog met een lage snelheid en over een vast parcours, maar toch. autonome-bus-wageningenMet daarbij de opmerking dat: Als die eerste tests positief verlopen zullen de autootjes later dit jaar worden ingezet om maximaal zes passagiers te vervoeren van de universiteitscampus naar het station Ede-Wageningen. De autootjes kunnen dan worden besteld met een app’. Komende tijd mag verwacht worden dat de vele ontwikkelingen van verschillende bedrijven en fabrikanten op dit gebied stuk voor stuk aan de deur kloppen bij de RDW en de overheid om toegelaten te worden tot de Nederlandse wegen. Dit als onderdeel uiteraard van een Europese vraag, maar daar gaat het hier nu even niet over. Waar het wel over gaat is dat deze wijze van vervoer van personen, en ook van goederen, een fundamentele andere kijk op transporteren en OV geeft dan voorheen. Beetje vergelijkbaar met de komst van de auto en bus (vrachtauto) ten tijde van de trein en tram.

Een stap verder is dat autobezit wordt ingewisseld voor autogebruik, dat de ‘oproepcar’ beschikbaar is in enkele varianten qua grootte en uitvoering en dat deze op het gewenste tijdstip voor komt rijden. Bij toepassing in de steden betekent dit tevens een einde van de parkeerproblematiek: parkeerplaatsen zijn niet meer nodig. Dit alles vraagt wel om regulering.

Rol overheid:

De eerste taak van de overheid is het onderkennen van deze ontwikkelingen, vooral van de snelheid waarmee zich dit gaat voordoen en van het vervolgens anticiperen op de veranderingen die dit met zich meebrengt voor de uitvoering. Het opzetten van een ‘taskforce autonome voertuigen’ is daarbij gewenst. Deze zal de gevolgen op een rijtje moeten zetten en de invoering moeten begeleiden, naast de afbouw van het huidige OV.

Risico’s:

Bij het ontbreken van een goede geleidde invoering is het niet ondenkbeeldig dat de verschillende fabrikanten en leveranciers elk met deeloplossingen en deelproducten op de markt en op de wegen gaan komen. Denk aan voertuigen met intelligente crusecontrols die een deel van de chauffeurstaken ondersteunen of overnemen, aan voertuigen met parkeerservice, rijbaanveranderingshulp (Tesla) en zo meer. Allemaal deeloplossingen die een stap op weg naar autonoom rijden in zich houden, maar nog wel op de oude denkbeelden zijn gebaseerd van bezit en gebruik, i.p.v. vervoer en transport.

Slotopmerking:

Het gaat snel, een deel van deze ontwikkelingen zijn nu al in laboratoria, op campussen / testlocaties en soms zelf op de openbare weg terug te vinden. Het overlaten aan de markt van deze ontwikkelingen is een optie die deels gevolgd kan worden, maar in combinatie met het OV heeft de overheid hier wel degelijk een verantwoordelijkheid in. Naast het bevorderen van duurzaamheid, denk aan de van jaar tot jaar gewijzigde regels voor leaseauto’s, bijtelling etc., is het nu de hoogste tijd om na te denken over het herontwerpen van het OV, waarbij tegelijkertijd de doelstellingen van duurzaamheid en bereikbaarheid binnen beter realiseerbaar zijn.

[1] Tesla: https://www.teslamotors.com/nl_NL/

[2] Google-car: https://www.google.com/selfdrivingcar/

[3] Zie: https://www.tue.nl/onderzoek/strategic-area-smart-mobility/nieuws/20-02-2017-mobiliteitsexperts-bundelen-krachten-bij-automotive-week-2017/

[4] Greenwheels: https://www.greenwheels.com/nl

[5] BI: http://www.businessinsider.com/report-10-million-self-driving-cars-will-be-on-the-road-by-2020-2015-5-6?IR=T

[6] http://www.nu.nl/gadgets/4205197/zelfrijdende-autos-zonder-stuur-openbare-weg-in-wageningen.html